Editoriaal: Wat Reynders in Israël niet mocht zien noch horen

De Belgische minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders (MR) was van 8 tot 11 maart te gast in Israël en de bezette Palestijnse gebieden.

Wie heeft hij niet mogen (of willen) ontmoeten?

De democratisch verkozen politieke vertegenwoordigers van Hamas in de Gazastrook. De 1,8 miljoen inwoners van de Gazastrook beschikken over 6 uur elektriciteit per dag, van 6 tot 12u of van 12u tot 18u naargelang van de wijk. De Gazastrook is ook het laboratorium waar de Israëlische militaire industrie zijn nieuwe wapens uittest. Eind december 2008 maakte één enkele bom op het politiekwartier van Gaza honderd doden. In november 2012 werden bommen gebruikt met nagels die dan bij de ontploffing in de omgeving rondvliegen en lichamen uit elkaar scheuren. De verwanten gaan dan op zoek naar hun overleden familieleden: de stukjes vlees moeten dan verzameld worden.

Ook de gevangenissen heeft Reynders niet bezocht. Volgens de Palestijnse ngo Addameer zaten er op 1 september 5007 Palestijnse politieke gevangenen in Israëlische gevangenissen opgesloten, waaronder 180 kinderen en 12 vrouwen.

En hij heeft ook niet gesproken met de woordvoerders van de 20.000 à 40.000 bedoeïenen die in de Naqab/Negev met gedwongen verplaatsing bedreigd worden (plan Prawer-Begin).

De getuigenissen van de ex-soldaten van de Israëlische ngo Breaking the Silence over nachtelijke arrestaties van Palestijnse kinderen heeft hij ook gemist.

Hij heeft ook geen gesprek gehad met mensen van de Stop the Wall Campaign en met de bewoners van het Palestijnse dorp Bil’in die elke vrijdag vreedzaam tegen de bouw van de apartheidsmuur protesteren ondanks de arrestaties en de gasgranaten van het Israëlisch leger.

De miltanten van de ICAHD (Israeli Committeeagainst house demolitions) in Shaik Jarah (Palestijnse wijk in Oost-Jeruzalem) heeft hij ook niet ontmoet.

Misschien moet hij eens met een inleefreis van Palestina Solidariteit meegaan, dan kan hij met al die mensen spreken.

Hij kan alvast beginnen in eigen land en Dexia aanmanen om hun leningen aan de Israëlische kolonies in de Palestijnse bezette gebieden onmiddellijk stop te zetten.

Ook zou hij ervoor kunnen zorgen dat Belgische uitvoer, invoer en doorgang van militaire uitrustingen en wapens naar of van Israël wordt aan banden gelegd. Bovendien zou een einde moeten komen aan de samenwerking van Belgische universiteiten met de Israëlische militaire industrie in het kader van Europese onderzoeksprogramma’s. 

En last but not least zou Reynders er bij zijn partijgenoten in het Europees Parlement kunnen aandringen om zich te verzetten tegen elke versoepeling bij de stemming over de Europese richtsnoeren over de  betrokkenheid van Europese bedrijven bij instellingen in de Israëlische kolonies.

Intussen kan België al werk maken van de correcte labeling van Israëlische  producten afkomstig uit de Palestijnse bezette gebieden.

En meer dan ooit steunen we de BDS-oproep van 175 Palestijnse organisaties in 2005 voor een economische, academische en culturele boycot van Israël zolang dit land het internationaal recht met de voeten blijft treden en de VN-resoluties weigert uit te voeren, in het bijzonder de stopzetting van de bezetting en het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen. 

© Palestina Solidariteit vzw 2016